Zoek in Archief
Laatst bewerkt
- Gedogen is slecht begrepen tolerantie
- Kikkergedicht uit Spanje
- Nederlandse Grondwet: ''Wij, burgers van Europa''
- Walvis met café in zijn buik
- Gedogen is slecht begrepen tolerantie
- Kikkergedicht uit Spanje
- Nederlandse Grondwet: ''Wij, burgers van Europa''
- Walvis met café in zijn buik
Archief - 2010
- Column
- Feuilleton
- Nieuws
- Recensie
- Interview
- Reportage
- Achtergrond
- Essay
- Column
- Feuilleton
- Nieuws
- Recensie
- Interview
- Reportage
- Achtergrond
- Essay
![]() |
Pagina 1 van 472
CRIME AND PUNISHMENT PART I CHAPTER I On an exceptionally hot evening early in July a young man came out of the garret in which he lodged in S. Place and walked slowly, as though in hesitation, towards K. bridge. He had successfully avoided meeting his landlady on the staircase. His garret was under the roof of a high, five-storied house and was more like a cupboard than a room. The landlady who provided him with garret, dinners, and attendance, lived on the floor below, and every time he went out he was obliged to pass her kitchen, the door of which invariably stood open. And each time he passed, the young man had a sick, frightened feeling, which made him scowl and feel ashamed. He was hopelessly in debt to his landlady, and was afraid of meeting her. This was not because he was cowardly and abject, quite the contrary; but for some time past he had been in an overstrained irritable condition, verging on hypochondria. He had become so completely absorbed in himself, and isolated from his fellows that he dreaded meeting, not only his landlady, but anyone at all. He was crushed by poverty, but the anxieties of his position had of late ceased to weigh upon him. He had given up attending to matters of practical importance; he had lost all desire to do so. Nothing that any landlady could do had a real terror for him. But to be stopped on the stairs, to be forced to listen to her trivial, irrelevant gossip, to pestering demands for payment, threats and complaints, and to rack his brains for excuses, to prevaricate, to lie--no, rather than that, he would creep down the stairs like a cat and slip out unseen. This evening, however, on coming out into the street, he became acutely aware of his fears. "I want to attempt a thing _like that_ and am frightened by these trifles," he thought, with an odd smile. "Hm... yes, all is in a man's hands and he lets it all slip from cowardice, that's an axiom. It would be interesting to know what it is men are most afraid of. Taking a new step, uttering a new word is what they fear most.... But I am talking too much. It's because I chatter that
CRIME AND PUNISHMENT PART I CHAPTER I On an exceptionally hot evening early in July a young man came out of the garret in which he lodged in S. Place and walked slowly, as though in hesitation, towards K. bridge. He had successfully avoided meeting his landlady on the staircase. His garret was under the roof of a high, five-storied house and was more like a cupboard than a room. The landlady who provided him with garret, dinners, and attendance, lived on the floor below, and every time he went out he was obliged to pass her kitchen, the door of which invariably stood open. And each time he passed, the young man had a sick, frightened feeling, which made him scowl and feel ashamed. He was hopelessly in debt to his landlady, and was afraid of meeting her. This was not because he was cowardly and abject, quite the contrary; but for some time past he had been in an overstrained irritable condition, verging on hypochondria. He had become so completely absorbed in himself, and isolated from his fellows that he dreaded meeting, not only his landlady, but anyone at all. He was crushed by poverty, but the anxieties of his position had of late ceased to weigh upon him. He had given up attending to matters of practical importance; he had lost all desire to do so. Nothing that any landlady could do had a real terror for him. But to be stopped on the stairs, to be forced to listen to her trivial, irrelevant gossip, to pestering demands for payment, threats and complaints, and to rack his brains for excuses, to prevaricate, to lie--no, rather than that, he would creep down the stairs like a cat and slip out unseen. This evening, however, on coming out into the street, he became acutely aware of his fears. "I want to attempt a thing _like that_ and am frightened by these trifles," he thought, with an odd smile. "Hm... yes, all is in a man's hands and he lets it all slip from cowardice, that's an axiom. It would be interesting to know what it is men are most afraid of. Taking a new step, uttering a new word is what they fear most.... But I am talking too much. It's because I chatter that
Goede buurt
Een goede buurt. Zo noemt men de buurt waarin ik woon. Althans, de mensen úit mijn buurt noemen het een goede buurt. Per toeval kon ik hier een huis krijgen, ik was niet speciaal op zoek naar huis in een goede buurt.
Er wonen hier veel jonge gezinnen. Vader gaat ´smorgens naar zijn kantoor, vaak in een Audi, Volvo of BMW. Moeder blijft thuis en brengt in de bakfiets de kinderen naar school. De kinderen in mijn goede buurt heten over het algemeen: Fleur, Olivier, Thom of Annabel. Een paar gezinnen hebben de kinderen Storm, Bloem, Kick of Spijker genoemd. Die zijn helemaal hip.
Op 5 minuten fietsafstand hebben we hier in de stad een andere buurt, de 'pauperbuurt,' zoals de mensen uit mijn goede buurt het noemen. Ik heb daar tot 3 jaar geleden met veel plezier gewoond. Men rijdt daar in een oude Golf, Opel Kadett, of gaat met de fiets van A naar B. De huizen zijn daar in twee woonlagen verdeeld en wanneer er een WK of EK voetbal is, is de hele buurt oranje gekleurd. Inclusief de bewoners.
De kinderen spelen de hele dag op straat en staan massaal bij de Albert Heijn te wachten, wanneer er voetbalplaatjes, wuppies of andere jokers bij besteding van een tientje worden uitgedeeld. Mijn vrienden S. en P. wonen nog in de 'pauperbuurt' en hebben inderdaad een oude Golf. Soms leen ik het, ik heb geen auto en ik vind het heerlijk om het zo af en toe te rijden. Wanneer ik voor mijn deur de Golf parkeer, zie ik het gezicht van mijn overbuurvrouw door de dure gordijnen. Ik heb van horen zeggen (in mijn goede buurt roddelen ze graag), dat de buurtgenoten mij wat 'anders' vinden. Ik loop meer dan eens op zondagmorgen in mijn jogginbroek een blokje met mijn hond Tijn. Een joggingbroek van een tientje, met dus zichtbare knieen in de jersey stof. Mijn haar is krullend, dus de vorm die het heeft aangenomen na mijn nachtrust, is vaak opgeblazen, vol en pluizig. Maar ach, het is zondagmorgen.
Dus ik trek mijn jogginbroek aan, de eerste de beste sneakers die ik voor handen heb en loop met Tijn de deur uit. Tijn plast tegen een aantal bosjes en wanneer het niet te koud is (daar houdt hij niet van), zwemt ie een paar baantjes in het watertje achter mijn huis.
Hij schudt zich vervolgens uit, waarna mijn joggingbroek en sneakers nat zijn.
Maar ach, het is zondagmorgen. Op dit punt schijnt het mis te gaan. Ik loop er, volgens mijn goede buren slonzig bij, heb niet het fatsoen mijn haren op te steken en ik laat mijn hond zwemmen in vies water. Getver.
Toch zegt men mij elke morgen vriendelijk gedag en geeft Tijn een aai over zijn bol.
Voor de lol doe ik de ene dag boodschappen in de pauperbuurt en de andere dag in mijn goede buurt. Bij mijn supermarkt staan bakfietsen op een rij geparkeerd, wat vaak tot irritatie leidt. Het karretje past er vaak nét niet langs, waardoor ik de zware fiets + bak opzij moet zetten. De winkel zelf wordt keurig bijgehouden, er zitten vriendelijke meisjes achter de kassa en iedere morgen ruikt het naar versgebakken appeltaart. Een aanrader overigens. Er is veel keuze bij de 'culinaire afdeling' en wanneer ik geen zin heb in de rij te staan, dan reken ik gewoon af door middel van mijn vingerafdruk. De beveiliger zegt me vriendelijk gedag wanneer ik met een volle tas weer naar buiten loop.
De supermarkt in de pauperbuurt daarintegen, daar is het altijd gezellig. Je kan er nog 's lachen. Er gebeurt wat. Men stopt de boodschappen vaak in een meegenomen fietsmand, rekent gewoon af bij de kassiere en zonder dat ze het doorhebben zingen ze me met Corry Konings, wie door de speakers van de winkel klinkt. Wat me ook opvalt is dat men in deze winkel graag in zichzelf praat. De boodschappenlijstjes, de irritatie over de lange rij, het uitverkochte schap van de pindakaas, het wordt regelmatig onbedoeld publiekelijk gemaakt. Wanneer de temperatuur boven de 20graden komt, schroomt men zich niet om met ontbloot bovenlijf nog wat hamburgers te halen voor op de barbeque. Soms, wanneer ik hier vanuit mijn werk kom en dus met wat meer 'opsmuk' mijn natje en droogje wil halen, trekt men zijn of haar neus op. Kakmadame.
Ik vebaas me over de wereld van verschil in 5 minuten fietsafstand. Ik verbaas me over de 'namen' en vooroordelen die mensen elkaar geven doordat ze aan een andere zijde van de stad wonen.
Ik doe niet mee aan namen. Waar je ook woont, we hebben allemaal wc-papier en vuilniszakken nodig toch?
Anna Leon, 2 juli 2009



